Nederlands Scheepsbouwkundig Proefstation

 

Gevolgen der buitengewone tijdsomstandigheden 1940-1945

Scheepsbouwkundig Proefstation
Haagsteeg Wageningen

 

 

 

 

 

 

 

Op 10 mei 1940 werd de gemeente Wageningen geëvacueerd en moesten de gebouwen van het Proefstation aan hun lot worden overgelaten. In de vroege morgenuren van deze dag kon nog gelegenheid worden gevonden, de vertrekkende leden van het personeel van geldmiddelen te voorzien en de kas, het archief en enkele kostbare apparaten in veiligheid te brengen. Kort na 14 mei keerden onze employés geleidelijk naar hun woonsteden terug. De eerstaankomende troffen ons Proefstation in vrijwel onbeschadigde toestand aan met uitzondering van glas- en inbraakschade, die door molest-verzekering is gedekt.
Het bedrijf werd na enige voorbereidende werkzaamheden op 23 mei weer heropend.

Tot september 1944 kon het bedrijf behoorlijk op gang worden gehouden en voorkomen dat leden van het personeel naar Duitsland werden gezonden.
Op zondag 17 september 1944 werd Wageningen plotseling in het oorlogsfront opgenomen als gevolg van de luchtlandingen van geallieerde troepen.
Enige uren daarvoor vond een hevig bombardement plaats op de Wageningse berg waarbij vele burgers het leven verloren en grote schade werd aangericht. Gelukkig waren er onder het personeel geen verliezen te betreuren en bleef het Proefstation gespaard. Door steeds toenemend geschutvuur zochten een belangrijk deel van het personeel en hun gezinnen en enige andere burgers hun toevlucht in de kelders van het Proefstation, die daar onder leiding van directeur Troost hoopten op een spoedige bevrijding, gedurende 5 weken hebben standgehouden.
Het aantal vluchtelingen bedroeg omstreeks 80 waarvan het merendeel vrouwen en kinderen waren, die onder het steeds toenemend geschutvuur van vriend en vijand door goede discipline en onderlinge samenwerking erin geslaagd zijn aan de kost te komen en er zonder persoonlijk letsel vanaf te komen.
Op 1 oktober 1944 werd de gemeente Wageningen officieel ontruimd, doch de bewoners van het Proefstation en enige eveneens buiten de bebouwde kom gelegen Rijksgebouwen bleven ter plaatse tot de Duitsers hen op 22 October d.a.v. tot overhaast vertrek dwongen Op die datum was het gebouw van het Proefstation nog vrijwel onbeschadigd. Slechts één granaat was door de wand van de sleeptank geslagen, zonder veel schade aan te richten, hoewel vele projectielen in de onmiddellijke nabijheid waren neergekomen. Alvorens het gebouw te verlaten, werd het water uit de sleeptank gespuid, enige transporteerbare instrumenten weggebracht en verder zoveel mogelijke kostbare artikelen in kluizen en kelders gestuwd en waar mogelijk verborgen.
De voor de evacuatie opgegeven marsrichting was Zeist, welke plaats door het merendeel van de kolonne op 24 october werd bereikt. Een klein aantal families had zich onderweg een eigen bestemming gezocht. De directeur [Troost] slaagde erin, de ruim 60 die nog tot zijn gezelschap behorende personen onder te brengen in de gemeenten Bunnik en Werkhoven. In deze in hoofdzaak op de landbouw aangewezen gemeenten is men erin geslaagd in een redelijke gezondheidstoestand door de hongerwinter 1944-1945 heen te komen. De directeur vond op het gemeentehuis een drukke werkkring als tijdelijk ambtenaar voor de evacués en bij het gemeentebestuur van Bunnik grote medewerking in het belang van de gezinnen van zijn personeel.
In de winter waren de onderdirecteur ir. Van Lammeren en de conciërge Herman Roelofsen er enkele malen met gevaar voor eigen leven erin geslaagd tot het door Duitse troepen bezette gebouw door te dringen, enige kostbare artikelen te redden en de centrale verwarming af te tappen, waardoor grote schade werd voorkomen
Na de bevrijding slaagde de directeur er op 17 mei met een aantal personeelsleden in het toen nog verboden gebied van Wageningen door te dringen en een onderkomen in het gebouw van het Proefstation te vinden, teneinde de herstelwerkzaamheden ter hand te nemen.
Het Proefstation werd in chaotische toestand teruggevonden, de schade door geschutvuur viel mee, doch er was geen ruit meer heel en het hemelwater had vele maanden gelegenheid gehad overal binnen te dringen. De kantoren, kluizen en werkplaatsen waren geplunderd, het archief lag in hopen vuil door het gebouw verspreid, de electrische uitrusting van de cavitatietank, de gereedschapsmachines, vele electromotoren, alle gereedschappen en vrijwel het gehele meubilair bleek verdwenen, evenals de gehele voorraad paraffine, was en hout.
Hoewel het personeel betrekkelijk snel na de bevrijding vrijwel voltallig terugkwam, waarbij bleek dat er geen persoonlijke verliezen waren te betreuren, heeft het vele maanden arbeid gekost om enigszins de orde te herstellen, de roest van de overgebleven werktuigen, de sleepwagen en de rails te verwijderen, noodglas aan te brengen en het gebouw enigszins bruikbaar te maken.
Hierbij moest het personeel tevens de eigen, deels vernielde en geplunderde huizen bewoonbaar maken om voor hun gezinnen een onderkomen te vinden.

Bron: Verslag van de Stichting ‘Het Nederlandsch Scheepsbouwkundig Proefstation ‘te Wageningen.

Reacties zijn gesloten.